STÉRIMAR ® Lexicon


TermDefinition
AllergeenStof (antigeen) die allergische reacties veroorzaakt (de term allergie in de betekenis van een verhoging van de gevoeligheid).
AntilichaamSpecifiek immunoglobuline, waarvan de synthese op gang gebracht wordt in het organisme door de injectie van een antigeen, waarmee het zich verbindt om het eventuele toxische effect te neutraliseren.
AsepsisPreventieve methode die infecties tegengaat door met de geschikte middelen de inbrenging van microben in het organisme te voorkomen.
AseptischHoudt verband met asepsis.
BronchitisOntsteking van het slijmvlies van de longpijpen.
KatalyseWijziging (voornamelijk versnelling) van een chemische reactie door het effect van een stof (katalysator) die zelf geen wijziging ondergaat.
KatalysatorStof die in een geringe hoeveelheid in vergelijking met de hoeveelheid reactanten, de katalyse veroorzaakt [...]
DrainageProces om het wegvloeien van opgehoopte vloeistoffen te stimuleren.
EnzymEiwitstof, geproduceerd door een levend wezen en in staat om een specifieke chemische reactie te activeren door de katalytische eigenschappen.
Epidemiologische studieStudie van de relaties tussen ziektes en verschillende factoren (levensstijl, milieu en sociale omgeving, individuele bijzonderheden) die een invloed hebben op hun frequentie, hun verspreiding en hun evolutie.
HistamineHistamine is a chemical mediator; it is also involved in triggering allergic phenomena
ImmunitairHoudt verband met immuniteit.
ImmuniteitEigenschap die het organisme heeft om ongevoelig te zijn voor bepaalde ziekteverwekkers.
Ontsteking“Geheel van reactionele fenomenen die voorkomen bij de irritatie door een ziekteverwekker” (G.H. Roger). Ze uit zich in 4 symptomen: warmte, pijn, rode vlekken en zwelling.
Strottenhoofdontsteking (laryngitis)Generische naam voor alle acute of chronische ontstekingen van het strottenhoofd.
LithosfeerNaam die we geven aan het vaste gedeelte van de aarde.
Temporale kwabDeel van de hemisfeer van de hersenen, dicht bij het slaapbeen. Het omvat het hoor-, smaak- en geheugencentrum.
SlijmTransparante, draderige vloeistof, geproduceerd door de slijmklieren, die dient als bescherming van het slijmvliesoppervlak.
SlijmvliesMembraan dat de holtes van het organisme bedekt, dat met de huid verbonden is aan natuurlijke openingen en dat gesmeerd wordt door slijmsecreties.
NeusholteslijmvliesHoudt verband met het slijmvlies van de neusgaten.
Oligo-elementChemisch element, metaal of niet-metaal, aanwezig in een heel kleine hoeveelheid bij levende wezens, en gewoonlijk essentieel voor het metabolisme. Belangrijkste oligo-elementen: boor, chloor, kobalt, koper, ijzer, fluor, jodium, mangaan, molybdeen, nikkel, selenium, vanadium, zink.
OrganismePersoon, dier of plant, bestaande uit een bepaald aantal delen of organen, maar dat een eigen leven heeft.
Wiggenbeen (‘os sphenoidale’)Been dat het middelste gedeelte van de basis van de schedel vormt.
OtitisNaam voor alle acute of chronische oorontstekingen.
VaatsteelGeheel, bestaande uit bloedvaten en zenuwen die een orgaan aan andere structuren van het organisme verbinden en de goede werking van het organisme garanderen.
Pollen-Houdt verband met pollen.
PollinoseGeheel van pathologische verschijnselen bij contact van stuifmeelkorrels met een bijzonder gevoelig slijmvlies (neus, bindvlies, longpijp), bv.: hooikoorts, astma.
PoliepenTumor, vezelig of slijmerig gezwel, geïmplanteerd door een vaatsteel.
Farmacologische eigenschappenTherapeutische eigenschappen.
LoopneusWegstromen van vloeistof uit de neus, zonder ontstekende fenomenen.
SedatiefWat de buitensporige functionele activiteit van een orgaan of een systeem kalmeert of vermindert.
SellaireHoudt verband met het Turks zadel.
Turks zadelAchter het wiggenbeen, in de vorm van een zadel, waar de hypofyse zich bevindt.
SereusWaterig. Wat serum bevat.
TherapieOnderdeel van de geneeskunde dat zich bezighoudt met de middelen die genezen of de pijn verzachten.
TrofischHoudt verband met de voeding van de weefsels.
HypertonischOplossing met een hogere zoutconcentratie dan het organisme.
OsmosePassieve verspreiding van watermolecules wanneer 2 oplossingen met een verschillende zoutconcentratie gescheiden worden door een membraan. Dat membraan laat het solvent (water) door, maar niet de opgeloste stof (de zouten).